Zondag 13 september, zonnig tot warm

Rit zoveel van WTC Pallietertrappers

‘De Ondergang van een Wielertoerist’

 

In de jaren 70 -1971 om precies te zijn- was het scenarist Fons Rademaekers die de film MIRA regisseerde. De onderliggende titel toen was ‘de Ondergang van de Waterhoek’. Niemand had de film toen gezien, maar iedereen had –precies zoals de Pin-up-club indertijd- de ‘bollen’ van Willeke van Amelrooy gezien. En,… laat ons eerlijk zijn, want ik zag ze ook, ze mochten gezien worden. Willeke was een ferme madam, voorzien van ‘oo-ren en pooten’ zoals ze in de Kempen plegen te zeggen. We keken onze ogen uit.

Dat de vertolking minder was, pakten we er graag bij. Het oog wilde –en nu nog- ook wel wat. En, we kregen ’t indertijd ook.

Iets wat toendertijd gold voor de teloorgang van de waterhoek, is evenzeer nu nog van toepassing. De teloorgang van een wielertoerist. Met of zonder ‘bollen’.

Ge zult ‘t maar voor hebben da ge ne redelijken toerist zijt en ge krijgt omwille van welke reden dan ook te maken met een tekortkoming, een blessure, een medisch probleem of ‘ge zijt hier nie geere meer’….

Ewel, beste lezers, dan is het ook een teloorgang van…

De wereld is sinds 1971 –toen Mira in de cinema-zalen uitkwam- is de wereld niet zo hard veranderd. We lopen dan wel als kiekes rond met een mondmasker, ontsmetten onze handen totdat het vel bijna weg is, houden ons aan ne bubbel van 5 (allez…) of zoveel personen, en we doen ons best om Covid-19 naar de festijnen te verbannen. Maar ne wielertoerist moet er door. Willen of niet. De teloorgang van…

Ge hebt dan een medisch probleem, ge begint dan terug en hoopt da ge nog ne goeie snelheid in de benen hebt want ge hebt ’t altijd gekund. Niets is echter minder waar.

Ge begint alleen, een ritteke van 25, 30 of maximum 35 kilometer. Ge moet zien welke richting ge uit gaat, en hoe de wind staat. Stel je maar voor da ge begint –zonder te weten- met windaf. Het parcours draait want ge zijt halfweg en de wind begint. Opeens, zonder iets te laten weten, want ge fietste windaf, is hij daar. De wind.

Ik hoopte nu dat ‘de wind’ vrouwelijk was, dan konden wij als mannen het daar nog op steken. Maar nee, de wind is… -spijtig genoeg: mannelijk- het is dus ‘de wind: HIJ’.

Hij staat dus verkeerd en ge moet als een beginneling tegen de wind opbeuken. Uw snelheid –die ge tot dan nog hoog had gehouden (allez dan dacht je toch)- zakt en zakt. De Wind, HIJ,….. je weet wel.

Het doet pijn in je lichaam, in je armen, in je benen, maar nog erger begint het ook in je hoofd zwaar te worden. “Hou ik het nog uit? Geraak ik nog thuis?,” schiet door je hoofd. Een blik op de GPS, die alles registreert en waar je op dat ogenblik kwaad op wordt omdat de GPS (ook HIJ) niet liegt en niet meer dan de exacte waarheid kan aangeven, helpt je niet. De GPS duwt je met zijn exacte cijfers nog dieper en dieper de afgrond is. “Watte? Nie meer kilometers? Geen hoger gemiddelde?”.

Eindelijk, na een calvarietocht van enkele kilometers draai je dan terug richting Hilset en is de redding nabij. Je moet dan wel nog de wind trotseren die dan heel toevallig nog tégen staat. Je hebt ’t gevoel dat dan iedereen TEGEN u is. Het parcours (gaat da nu nie omhoog), de wind en de remmen van uwe fiets die precies beginnen te ‘sleuren’. Toch haal je tussen hangen en wurgen het clublokaal. En precies daar, en daar precies ziet iedereen je met lede-ogen maar met een gezonde dosis leedvermaak binnen komen. Het is dan niet meer stappen zoals je normaal doet, maar met een half kreupel been zoek je een tafeltje op. Ver van de mensen aan den toog. Corona of niet. Je wil van hen niet weten. Rap ne koffie en spijtig genoeg krijg je maar één wafel bij uwe koffie. Je kon er wel meer verorberen op dit ogenblik. Een gelleke, toevallig niet in de achterzak, zou nu wonderen doen. Afgaande op de renners in de Toer de France dan toch. Die spuiten iet binnen en kunnen er terug tegenaan. Maar geen gelleke en dus enkel een suikerwafel die niet staat voor een directe energie maar trager werkt. Zou één voldoende zijn? Heb ik er twee nodig? Bestel ik iets anders om te eten?

Je bent dan wel ‘naar de Filistijnen’ zoals men dat zo mooi kan verwoorden of even later vallen de andere Pallietertrappers binnen. De gemiddeldes vliegen je dan om de oren, het parcours wordt in ’t lang en in ’t breed uitgelegd. Zelf zwijg je als verstomd.

Een gemiddelde van 30.7 km vandaag!!! Een ritteke door ’ t Hageland. Zelf weet je dan ook, met je jarenlange ervaring wat een ritteke in ’t Hageland betekend, maar je houdt jezelf stil. Stil zoals je het voorbije anderhalf uur op de fiets was. Een gevecht tegen het parcours, tegen je fiets en tegen jezelf.

Pas dan, en pas dan besef je hoe lang de weg terug nog zal zijn. Je zegt dan wel tussendoor dat met Covid-19 het geen jaar is als vroeger en dat de prijzen van de klassiekers pas in oktober worden gegeven. Maar dat is jezelf goedpraten tegen beter weten in.

Ook oktober komt te vroeg. Dat besef je nu zelf wel.

Toch deed het plezier om vandaag voor ’t eerst er terug bij te horen, terug een pint te kunnen drinken met de Pallietertrappers, met hen te keuvelen over deze en voorbije ritten, met hen memories van vroeger boven te halen en plannen maken voor wat nog komen gaat.

En, beste lezers, is dat dan niet wat Corona ons leerde,… kijk niet langer achterom maar probeer –soms tegen beter weten in- probeer plannen naar de toekomst toe te maken. Het verleden is weg, de toekomst komt. Met of zonder mondmasker, met of zonder bubbels,… Eens, eens, wordt het beter.

Volgend jaar fietsen we naar Santiago de Compostella. Met of zonder wind, met of zonder te vechten tegen je fiets,…

Gegroet Pallietertrappers.